Het lijkt wel of de letterlijk levenbepalende vraag: wel of geen kinderen, puur een kwestie is van emoties, waarbij verhitte discussies op de loer liggen. Wat zijn onze beweegredenen om kinderloos dan wel moeder of vader te willen zijn? En hoe maak je een weloverwogen keuze?
Door Astrid Maria Boshuisen (gepubliceerd in Santé)
Laten we dit vooropzetten: kinderen ‘neem’ je niet, die krijg je. De onmogelijkheid kinderen te krijgen, is een onderwerp op zich. Zonder iemand te willen kwetsen, gaan we er in dit artikel van uit dat je de lastige keuze van wel of geen kind ook kunt maken.
Alleen al het feit dat deze inleiding nodig lijkt, is een aanwijzing: dit onderwerp is overladen met emotie. Journaliste Mirjam van Immerzeel schreef het boek Dilemma! Wil ik een kind of niet? (uitgeverij Arena). Daarin neemt ze uitgebreid onze motieven rondom die kinderwens onder de loep. Zij kwam tot een verrassende conclusie: onbaatzuchtige formuleringen à la ‘liefde geven’ ten spijt: uiteindelijk is een heel andere factor doorslaggevend. Mirjam van Immerzeel: ‘Mensen willen kinderen omdat ze verwachten gelukkiger te worden. Ze denken dat het hun eigen welzijn zal vergroten, dat sociale relaties beter van worden, dat ze beter worden ingepast in een sociaal kader. Dat klinkt vrij egoïstisch, maar zo is het nu eenmaal Veel mensen denken ook dat praktische factoren heel belangrijk zijn, met name de vraag of er voldoende kinderopvang is. Nee dus. Geluk is het overwegende argument.’
Het geluksmotief is een relatief nieuwe factor bij het besluit of je kinderen wilt. Mirjam van Immerzeel: ‘Vroeger speelden praktische motieven een grotere rol, bijvoorbeeld sociale druk uit de omgeving. Kinderen had je nodig om je positie in de samenleving te veroveren.’ Ook waren er religieuze motieven. Twee generatres terug kreeg een kinderloos stel de pastoor op bezoek met lastige vragen: waar blijft die kleine? Niet dat de rol van de omgeving verdwenen is: ‘Kinderen hebben is nog steeds de sociaal geaccepteerde keuze. Tried and tested, zogezegd. Dus wie geen kinderen wil, roeit tegen de maatschappelijke stroom in.’Maar verder is er veel veranderd. Er is steeds meer acceptatie voor de keuze geen moeder te worden. Vrouwen zijn zelfstandiger en economisch onafhankelijker. Moederschap is (bijna) geen uitgemaakte zaak meer. Vandaar het belang van de geluksfactor. Prangende vraag: is die geluksverwachting terecht? Niet per se. Onderzoek wijst uit dat ouders over het algemeen niet gelukkiger zijn dan mensen zonder kinderen. Evenmin ongelukkiger, trouwens.
Angst
Niet alleen verwachten we geluk van kinderen, omgekeerd vrezen we rampen van welke keuze ook, voor of juist tegen het moederschap. We moeten het maar onder ogen zien: zoals op zoveel gebieden in het Leven, maken we ook hier wel eens keuzes uit angst. Zo is er veel angst dat het moederschap je in negatieve zin zal veranderen. Van Immerzeel: ‘Waar twijfelende vrouwen vooral mee bezig zijn, is wat het kind zal betekenen voor hun werk, hun onafhankelijkheid, hun relatie. In hun grootste angstdroom worden ze ‘gemorft’ van een onafhankelijker, energieke vrouw in een moeke. Eén die vooral ook heel moe is.’
Die angst is nog wel eens reëel, helaas. Natuurlijk zit je allebei vol prachtige plannen: je partner werkt maximaal evenveel als jij, en jij houdt je baan. Maar in de praktijk pakt wel eens anders uit. Daarbij werken de nog altijd vrij traditionele Nederlandse rolpatronen tegen. Opvallend is dat uit nieuw promotieonderzoek van Henny Bos van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat lesbische ouders vaak tevredener zijn over hun relatie en de onderlinge rol- en taakverdeling dan hetero-ouders. De man die in het park achter babyjogger aan rent, is weliswaar in opkomst maar deze ‘nieuwe man’ roeit nog tegen de stroom in. Hij heeft geen voorgangers of rolmodellen. Ook moeders hebben boter op hun hoofd. Dit dankzij de – generaliserend gezegd – vrouwelijke neiging alles onder controle te willen houden: stel je voor dat je vriend je kind een te dun jasje aandoet! Al met al heeft de moederrol voor een vrouw nog steeds grotere consequenties dan voor een Man, wat betreft de verdere levensinvulling.
Ratio of romantiek
Nu het goede nieuws: aan het voorkómen van teleurgestelde verwachtingen over relatie en moederschap is wel degelijk iets te doen. Wat vaak ontbreekt bij het vooraf samen met je partner denken over de keuze ‘wel of geen kinderen’ is ratio. Kinderen krijgen is een moeilijk onderwerp om nuchter over te praten, bijna alsof de romantiek van de babywens dan meteen door het afvoerputje verdwijnt. Maar het werkt wél. Mirjam van Immerzeel: ‘Maak vooraf afspraken en zorg dat die al in gang worden gezet voordat het kind er is. Bijvoorbeeld dat je man al een dag minder werkt vóór jij zwanger wordt. Dan kun je ook al een beetje zien of het werkt. Ik ken zelfs mensen die met behulp van een maatschappelijk werkster een zorgcontract hebben afgesloten. Zij zijn heel tevreden.’ Want als je eenmaal zwanger bent heb je al een motief om het rustiger aan te doen, ook na de bevalling. Voor je het weet blijf je meteen maar helemaal thuis terwijl je vriend of man rustig blijft werken aan zijn carrière. Als dat niet is wat je wilt, kun je dat vooraf nog voorkomen.Loodrecht tegenover de angst voor de gevolgen van het moederschap, staat angst voor kinderloos met name voor de toekomst. Want daar zit je dan, moederziel alleen in het bejaardenhuis…Toch zijn er aanwijzingen dat dit meevalt. Zoals een goede vriendin (met kinderen) eens nuchter zei: Als je kinderen het huis uit zijn moet je maar afwachten of ze nog tijd en zin hebben om langs te komen.
Belangrijk is in elk geval dat je door je omgeving aangezwengelde angsten scheidt van feiten, en van je eigen gevoelens. Van Immerzeel: ‘Als je twijfelt, krijg je snel commentaren als: Krijg je nou geen spijt als iedereen om je heen kinderen krijgt en het voor jou te laat is? Maar hoe dat uitpakt ligt sterk aan je eigen houding. Ben je een actieve tante? Heb je het vermogen om je leven in te richten met je relatie, vrienden, interesses, werk. Je blijft toch in staat je levensinvulling grotendeels zelf te sturen. Als je kinderloze mensen met een actieve leveninstelling interviewt, blijkt die spijt er vaak niet te zijn.’ En toen de Ouderenbond ouderen met kinderen ondervroeg, bleek: de kinderen speelden natuurlijk een belangrijke rol in hun levensvervulling, maar dan naast vrienden, familie, bezigheden en interesses. En-en, dus.
Last-minute-mammies
De meeste moeders zijn natuurlijk gewoon blij met het ouderschap. Maar er is helaas wel degelijk een kleine groep ontevreden vrouwen die zich getransformeerd voelen tot moederdier, met beperkte mogelijkheden tot zelfontplooiing. Al treedt hun moederinstinct in werking en willen ze hun kind nooit meer kwijt, ze voelen onvrede. Hoe komt dit? Het zijn niet alleen de eerdergenoemde angst voor spijt, gebrekkige communicatie met de partner en een flink eisenpakket wat betreft ‘goed moederschap’ die hier spelen, ook tijdsdruk speelt een grote rol. Deze vrouwen hebben de beslissing voor zich uit geschoven tot ze bijna te oud zijn om een kind te krijgen. Vervolgens besluiten ze op de valreep, bijna in een impuls, toch nog op zwangerschap aan te sturen. Ze zijn dus met zichzelf en hun partner geen bewust keuzeproces aangegaan. Er is al een naam voor: de last-minute-mammie.
Hoe komt dat toch, we waren toch zulke besluitvaardige, zelfstandige vrouwen? Kernwoord van dit probleem is: keuzes. We leven in een tijd van schijnbaar onuitputtelijke keuzes. Media en maatschappij spiegelen je soms regelrecht voor dat de perfecte keuze bestaat en dat het jouw verantwoordelijkheid is om die te maken. Geen wonder dus dat steeds meer vrouwen een uitsteltactiek hanteren en stiekem hopen dat de natuur voor hen beslist. Maar ‘de natuur regelt het wel’ is geen keuzemethode. Van Immerzeel: ‘De mythe is dat de natuur mooi is. Nou, vergeet het maar. De natuur is onverschillig. Juist wij mensen hebben de sociale verbanden en het verstand waarmee we oplossingen kunnen bedenken, keuzes kunnen maken. Dat moet je dan ook doen. Bij bidden om overmacht ben jij, noch de samenleving gebaat. Laat het maar gezegd zijn: je hebt keuzes te maken in het leven. De ultieme keuze bestaat niet. Je keuzes hebben consequenties. Punt.’
In eigen hand
Moraal van het verhaal: elk besluit is beter dan geen besluit. Mirjam van Immerzeel: ‘Juist mensen die dat denk- en afwegingsproces niet aangaan, hebben de grootste kans op spijt. Dus ga ermee aan de slag! Hoe denk je zelf over moederschap? En je partner? Heel vreemd is dat veel samenwoners niet eens een duidelijk beeld hebben van hoe hun partner denkt over kinderen. En hoe denkt je moeder erover, wat zijn de ervaringen van vriendinnen? Verzamel dus de nodige feiten en meningen, maar val daarna helemaal terug op jezelf. Dit is een besluit dat jij alleen kunt nemen. Makkelijk wordt het nooit. Het blijft een sprong in het diepe, alle levensgaranties gelden tot de deur. Maar hoe dan ook: gun jezelf dat beslissingsproces.’
Dat proces draait niet alleen rond vragen over het moederschap zelf, maar ook rond kwesties als: hoe denken jij en je partner over carrière, zelfontplooiing, minder werken, eventueel emigreren en andere ‘wilde’ levensplannen? Enzovoort.
Veel verwarring of angst rondom moederschap vermindert als je een aantal zelf opgelegde struikelblokken verwijdert. Het is bijvoorbeeld typisch des vrouws dat we ons een mega-eisenpakket opleggen bij welke onderneming ook, dus ook bij het moederschap. En dan zit je ook nog met een ‘maakbaarheidsmaatschappij’ die graag doet of geluk maakbaar is. Van Immerzeel: ‘Voor sommigen is het ouderschap een emotionele vluchtheuvel geworden: daarbuiten de harde wereld, hierbinnen geïdealiseerd gezinsgeluk. Je eist zo ongeveer dat jij en je vriend of man gelukkig worden, dat het kind nu en straks volkomen gelukkig is. Daar word je toch gek van?’
Daarnaast vinden veel vrouwen dat ze al hun behoeftes, hun ambities bijvoorbeeld, op het tweede plan moeten zetten. Terwijl vrouwen met een fulltime baan gemiddeld minstens zo gelukkige kinderen hebben als thuisblijfmoeders. Wie meer in het leven wil dan alleen discussies over spuugdoekjes, moet dat zichzelf gewoon gunnen. In welke vorm dan ook: een fulltime of parttime baan, cursussen of vrijwilligerswerk. Maar dan moet je wel bereid zijn te aanvaarden dat je liefste je kind een keer met twee verschillende sokken naar school brengt, of dat je huishouden er niet spik en span uitziet. Van Immerzeel voegt toe: ‘En vergeet ook maar meteen dat je alles kunt en moet bepalen. Je bent niet geheel en al verantwoordelijk voor het geluk van jezelf, je partner en je kind. Gelukkig maar. Maar je kunt dus wel iets doen, je bent geen slachtoffer van je oergevoel of je angsten. Neem het in eigen hand.’
Een baarinstinct, bestaat dat?
De discussie of je kinderen wilt vanuit sociale motieven of vanuit een of ander oerinstinct lijkt typisch ‘jaren zeventig: maar de wetenschap is er nog steeds niet uit. Schrijfster Mirjam van Immerzeel: ‘Sinds de pil er is, krijg je kinderen niet meer vanzelf’. Maar dat neemt niet weg dat de ene vrouw als vierjarig kind al wist dat ze moeder wil worden, terwijl de andere vrouw dat gevoel helemaal nooit heeft gekend of ontzettend twijfelt. De vraag blijft: wat trekt harder, de biologische, de aangeboren of de sociale factor? Volgens sociologen beroepen we ons bij ingewikkelde gevoelens maar al te graag op het oergevoel terwijl kinderen krijgen toch een persoonlijke, bewuste keuze zou moeten zijn.’ Feit is: ben je eenmaal zwanger, dan neemt Moeder Natuur het over. Je hormonale huishouding bezorgt je ‘moederinstinct’. Zelfs mannen worden hormonaal richting zorgzaamheid gestuurd als de vrouw zwanger is!


